Indische pasteitjes

PICT0015Vulling:
500 gr. halfom gehakt
selderij, peterselie
1/2 pakje soöen ((laksa , is hele fijne vermicelli),
2 eetl. erwten,
1 ui
1 eetl. ketjap,
2 teentjes knoflook
peper
lombok
1 bouillontablet
ca. 50 gr. boter

Korst:
500 gr. bloem
zout,
150 gr. margarine
ca. 1/2 glas water,
1 ei
olie

Bereiding:
De soöen eerst een paar min. weken in heet water.
De fijngesneden ui en knoflook fruiten in de margarine.
Het gehakt met de bouillontablet en de djintan, ketoembar en peper erbij voegen en rul bakken.
De fijngesneden selderij en peterselie er doorheen scheppen samen met de uitgelekte erwten.
De soöen uit laten lekken en in stukjes knippen.
De soöen en het vleeskruidenmengsel door elkaar scheppen, en af laten koelen.

Een kuiltje in de bloem maken, ei, margarine, zout en wat water toevoegen en kneden, er mag zoveel water toegevoegd worden zodat het deeg niet te kleverig wordt.
Bestuif het werkblad met een klein beetje bloem en rol het deeg uit tot een lap van 1/2 cm. dikte.
Steek hieruit met een breed glas of kopje ronde plakken van ca. 10 cm. doorsnee.
Leg ca. 1 eetl koude vulling op het deegrondje en sla het dubbel.
Met duim en wijsvinger lipjes in de rand drukken en deze omvouwen, of met een vork dichtdrukken, zo ontstaat de indruk van vlechtwerk langs de rand.
De pasteitjes worden in ruime olie aan beide zijde gebakken op niet te groot vuur.