Bloemkoolnuggets

Ingrediënten:
100 gr tarwebloem
100 gr maizena
1 tl bakpoeder
2 tl knoflookpoeder
800 gr bloemkoolroosjes (ongeveer ter grootte van een kleine bitterbal / 1/4 roosje)

Bereiding:
Verhit de olie tot 180 graden
Meng de bloem, maizena, bakpoeder in een kom, voeg desgewenst nog wat zout toe.
Voeg 250 ml water toe en tot een glad beslag roeren.
Haal de bloemkoolroosjes door het beslag en in 3 minuten goudbruin bakken
Laat op keukenpapier uitlekken.

Garneren met bijvoorbeeld bieslook of bosui. Met chilisaus ook als borrelhapje geschikt.

Gerookte forel met appelsalade

Ingrediënten:
4 gerookte forelfilets
1 appel met rode schil
1 appel met groene schil
2 zoetzure augurken
1 bosje bieslook
2 eetlepels mayonaise
2 eetlepels zure room
1 zakje jonge bladsla of 2 struikjes witlof

Bereiding:
Was de appels en halveer ze in de lengte en verwijder het klokhuis.
Dek van beide soorten gelijk één helft strak met huishoudfolie af om verkleuren te voorkomen
Snijd de 2 andere appelhelften met de schil in kleine blokjes.
Snijd ook één van de augurken in blokjes.
Snijd of knip de bieslook klein.

Doe de appelblokjes met de blokjes augurk, de bieslook, 1 eetlepel augurkenvocht, de mayonaise en de zure room in een kom en schep dit door elkaar.
Breng de salade eventueel op smaak met zout en peper.
Verdeel wat bladsla over de borden of schaaltjes
Leg hierop de gerookte forelfilet en schep er de appelsalade naast.

Garneer met plakjes rode en groene appel van de overgebleven appelhelften en met plakjes augurk.

Kan ook als lepelhapje / aperitiefhapje of op toastjes

Javaanse Sateh Kambing

Voorbereiden: 30 minuten, 1 nacht marineren.

sate-kambingIngrediënten:
Anderhalve kilo mals geitenvlees
1 blok santen
pakje asem tamarinde
stukje trassi
djahe (gedroogde gember vers mag uiteraard ook)
ketoembar
djinten
ketjap
sap van 3 djeroek poeroet (limoensap)
plak goulah dajwa (javaanse suiker)

Bereiding:
Het geitenvlees in gelijke blokjes snijden (1,5 tot 2 cm)

De Marinade:
Een blok santen oplossen tot een dunne soep;
een heel pakje Asem tamarinde, oplossen tot een waterig papje en aan de marinade toevoegen. (Asem maakt het vlees mals)
In de marinade een klont trassi goed oplossen. 3 eetlepels Djahe – gember, vers mag uiteraard ook, 2 eetlepels Ketoembar en een eetlepel Djinten toevoegen. In deze marinade het vlees, afgedekt in de koelkast minstens 12 uur laten marineren. Het recept boven lijkt me voldoende voor 1- 1,5 kilo.
Roosteren op een houtskool grill. Bij het roosteren het vlees zo nu en dan bedruipen met opgeloste santen.

Over de satesaus: Maak een mengsel van 1 dl ketjap, sap van 3 djeroek poeroet (limoenen), een theelepel djahe en een plak goulah dajwa javaanse suiker

De sate is zowel geroosterd (na afkoeling) als ongeroosterd goed in te vriezen)

Arubaanse kaasballetjes

500 gr gemalen oude kaas
2 eieren
1 kopje bloem
1 theelepel zout
1 theelepel suiker
1 theelepel bakpoeder

Kluts de eieren goed en meng ze daarna met de gemalen oude kaas.
Meng er beetje bij beetje de bloem bij en voeg er tussendoor het zout, de suiker en het bakpoeder bij.
Kneed 20 minuten goed door.
Dek de kom met een theedoek af en laat die een poosje staan.
Vorm daarna balletjes van het mengsel en frituur die tot ze goudbruin zijn.

Gemarineerde oesters

Céviche d'Huitres au Citron

2 dozijn uit de schelpen genomen oesters
2 dl citroensap
1 schoongemaakte en kleingesneden ui
2 ontvelde en in stukjes gesneden tomaten
1 schoongemaakte, van de zaadjes ontdane en fijngehakte rode peper
1 eetlepel fijngehakte peterselie
zout, peper
enkele blaadjes sla

Leg de oesters in een schaal en schenk er het citroensap over. Laat de oesters een nachtje in de koelkast marineren.
Laat de oesters uitlekken en vang de marinade op.
Doe de oesters in een kom en vermeng ze met de kleingesneden ui, de stukjes tomaat, de fijngehakte rode peper, de fijngehakte peterselie en 4 eetlepels van de opgevangen marinade. Maak het geheel op smaak met wat zout en peper.
Leg wat blaadjes sla op een schaal of op de bolle kant van de oesterschelp en drapeer hier het oestermengsel op.

Antilliaanse pasteitjes

antiliaanse-pasteitjes(25 stuks)

1 ui
25 plakjes bladerdeeg uit de diepvries
3 eetlepels olie
500 gr rundergehakt
1/2 zakje rozijnen (± 200 gr)
1/2 zakje krenten (± 200 gr)
1 bosje fijngesneden selderij
aromatpoeder
zwarte peper

Snipper de ui fijn.
Laat de plakjes bladerdeeg naast elkaar ontdooien.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Verhit de olie en bak het rundergehakt rul.
Voeg de fijngehakte ui toe en bak deze al omscheppend ± 5 minuten mee.
Voeg de krenten en de rozijnen toe en laat ze in het bakvocht wellen.
Voeg de selderij, aromat en versgemalen peper toe en bak dit mengsel nog 5 minuten mee.
Laat het gehaktmengsel in het met keukenpapier beklede vergiet uitlekken.
Verdeel de vulling over het middeen van de plakjes bladerdeeg en vouw de 4 punten naar binnen, zodat er vierkantjes ontstaan.
Bak de pasteitjes in het midden van de oven in ± 20 minuten goudbruin en gaar.

Facebooktwitterpinteresttumblr

Pasteitjes met venkel ratatouille

venkelpasteitjesIngrediënten:
1 kleine venkelknol (± 150 gr)
1 sjalotje
1 eetlepels (olijf)olie
1 pak gezeefde tomaten á 5 dl
6 groene (knoflook)olijven zonder pit
1 theelepel (dragon)azijn
zout, peper
1 pak mini-pasteitjes

Bereiding:
Maak de venkel schoon, was hem en snijd hem in heel kleine blokjes.
Pel het sjalotje en snipper het fijn.
Verhit de olie in een pan en bak de venkel en de sjalot al omscheppend ± 5 minuten.
Schep er de gezeefde tomaten met 3/4 dl water door en verwarm het geheel op laag vuur afgedekt ± 10 minuten.
Snijd intussen de olijven in plakjes, houd 12 mooie plakjes achter voor de garnering en hak de rest fijn.
Roer de fijngehakte olijven en de azijn door de ratatouille en breng op smaak met zout en peper.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Verwarm de ratatouille al roerend op laag vuur.
Zet de pasteitjes op een bakplaat en laat ze in de oven in ± 5 minuten heet worden.
Vul de pasteitjes met de ratatouille en garneer met de plakjes olijf (en een toefje peterselie).
Zet op 4 borden elk 3 pasteitjes en schep de rest van de ratatouille eromheen.

Samosa

samosaIngrediënten:
Voor het deeg:
250 gram bloem
5 eetlepels plantaardige olie
8 eetlepels koud water
1 theelepel zout

Voor de vulling:
500 gram in stukjes gesneden lamsvlees
100 gram diepvrieserwtjes
100 gram fijngesneden ui
2 theelepels korianderzaad
2 theelepels fijngehakte gember
2 groene spaanse pepers
2 theelepels garam masala
1 eetlepel citroensap
2 theelepels zout

Bereiding:
Doe de bloem, het zout en de olie in een kom. Wrijf telkens een stukje van het mengsel tussen je handpalmen en laat het daarna weer in de kom vallen.
Voeg lepel voor lepel het koude water toe, totdat het deeg een samenhangend geheel vormt. Kneed de massa een paar minuten en laat dit minstens 30 minuten staan.
Verhit olie in een grote pan en voeg de korianderzaadjes, de gesnipperde uien en de gember toe. Roerbak het geheel totdat de ui goudbruin is.
Bak hierna de stukjes lamsvlees gaar en doe de erwten in de pan.
Haal de pan van het vuur en voeg naar smaak groene peper, garam masala, citroensap en zout toe. Laat het mengsel afkoelen.

Bestuif het werkblad eerst met een beetje bloem om te voorkomen dat het deeg blijft plakken.
Verdeel het deeg vervolgens in 16 stukken en rol ieder stukje uit tot een ronde schijf van ongeveer 15 centimeter.
Snijd ieder schijfje in twee stukken. Je hebt nu twee halve maantjes.
Neem een half maantje deeg, bevochtig het met water en doe de vulling erop. Vouw deze vervolgens tot een driehoek en herhaal dit voor de overige 31 stukken.
Als laatste frituur je de samoosas totdat ze bruin en knapperig zijn. Let op dat je ze goed dichtvouwd!

Serveren met een lekkere chutney.

Savoyard

savoyardIngrediënten:
200 gr Camembert
200 gr Roquefort
1 gesnipperde sjalot
200 gr ongezouten roomboter
verse room
peper
zout
50 gr gehakte (platte) peterselie
scheutje Cognac

Bereiding:
Plet de kazen, roomboter en room met een vork tot een zachte massa.
Als het egaal glad is een scheutje cognac naar smaak toevoegen.
Meng daarna de gehakte peterselie en gesnipperde sjalot erdoor.
Koud serveren.

Kan goed op voorhand gemaakt worden de smaken trekken dan lekker in.

Lekker op warm stokbrood, roggebrood rondjes of toastjes bij aperitief, borrel enz...

Indische pasteitjes

PICT0015Vulling:
500 gr. halfom gehakt
selderij, peterselie
1/2 pakje soöen ((laksa , is hele fijne vermicelli),
2 eetl. erwten,
1 ui
1 eetl. ketjap,
2 teentjes knoflook
peper
lombok
1 bouillontablet
ca. 50 gr. boter

Korst:
500 gr. bloem
zout,
150 gr. margarine
ca. 1/2 glas water,
1 ei
olie

Bereiding:
De soöen eerst een paar min. weken in heet water.
De fijngesneden ui en knoflook fruiten in de margarine.
Het gehakt met de bouillontablet en de djintan, ketoembar en peper erbij voegen en rul bakken.
De fijngesneden selderij en peterselie er doorheen scheppen samen met de uitgelekte erwten.
De soöen uit laten lekken en in stukjes knippen.
De soöen en het vleeskruidenmengsel door elkaar scheppen, en af laten koelen.

Een kuiltje in de bloem maken, ei, margarine, zout en wat water toevoegen en kneden, er mag zoveel water toegevoegd worden zodat het deeg niet te kleverig wordt.
Bestuif het werkblad met een klein beetje bloem en rol het deeg uit tot een lap van 1/2 cm. dikte.
Steek hieruit met een breed glas of kopje ronde plakken van ca. 10 cm. doorsnee.
Leg ca. 1 eetl koude vulling op het deegrondje en sla het dubbel.
Met duim en wijsvinger lipjes in de rand drukken en deze omvouwen, of met een vork dichtdrukken, zo ontstaat de indruk van vlechtwerk langs de rand.
De pasteitjes worden in ruime olie aan beide zijde gebakken op niet te groot vuur.