Warme appeltaart


Ingrediënten:
8 kleine appelen (cox) - 400 gram bladerdeeg - 200 gram zachte boter - sap van 1 citroen - 120 gram basterdsuiker - geslagen room.




Bereiding:
Schil de appelen en quarteer ze en verwijder het klokkehuis. Snij ze in partjes van 1.5 cm. dik. Bewaar ze in een kom, besprenkeld met citroensap. Verdeel het deeg in 4 gelijke stukken en maak er bollen van. Rol elke bol uit tot 17 cm. rond en nog ongeveer rijksdaalder dik. Leg de 4 deegplakken op een natgemaakte bakplaat en druk evenwijdig op 1 cm. van de rand een gleuf in het deeg zonder het helemaal door te snijden - b.v. met de het handvat van een lepel-. Leg de appelpartjes dicht op elkaar in rozetvorm op de bodems binnen de cirkel. Verdeel de basterdsuiker over de taartjes en verdeel hierover ook de boter en kleine blokjes. Bak de taartjes in 30 minuten af in een oven van 220 graden C. Warm serveren met geslagen room of crème fraîche.