Konijn uit de Römertopf

1 konijnenbout per persoon
zout, peper
bloem
50 gr boter
2 theelepel tijm
200 gr paddestoelen (bijvoorbeeld cantharellen of morilles)
1 winterpeen
ui naar smaak
2 dl witte wijn
1/2 dl crème fraîche
beurre manié (half boter, half bloem}

Zet de romertopf 10 minuten onder water en laat hem daarna uitlekken.
Bestrooi de bouten met zout en peper en haal ze vervolgens door de bloem en schud de overtollige bloem eraf.
Laat 30 gr boter heet worden en bak de stukken konijn hierin bruin.
Leg de konijnenbouten op de bodem van de Römertopf, bestrooi met de tijm en leg er de ui, wortel en schoongeborstelde paddestoelen boven op.
Blus de bakboter af met de helft van de wijn en giet dit over het konijn.
Verdeel de rest van de boter hierover, leg het deksel op de schaal en zet de Römertopf in de koude oven.
Stel de oven in op 200°C.
Voeg na 1 uur de rest van de wijn toe, temper de oven tot 175°C en laat het konijn in 30 minuten verder gaar worden.
Giet het vocht voorzichtig in een steelpan, roer de crème fraîche hierbij, breng het aan de kook en bind de saus al roerend met de beurre manié.